Dressuurtraining door Linda Verwaal, deel 2: L1 dressuur

De komende tijd zal Linda Verwaal een reeks schrijven in Hippisch Oost Nederland over de dressuur. Linda heeft haar opleiding genoten in het Duitse Warendorf, welke zij cum laude heeft afgerond. Vandaag de dag runt Linda haar eigen dressuurstal: Linda Verwaal Dressage, gelegen in het Overijsselse plaatsje Enter. Meer weten? kijk dan op www.lindaverwaaldressage.nl of bel: +31 (0)6 – 5155 8638

 Linda: “De middenstap is een ruimere stap dan de arbeidsstap en de lengte in de hals en bovenlijn van het paard mag/moet dus ook langer zijn dan in de arbeidsstap”.

In de vorige aflevering hebben we de basis en het rijden van een B proef doorgenomen. Dit keer gaan we verder met de L dressuur.

Wanneer je in de B dressuur 10 winstpunten hebt gehaald, mag je de overstap naar de L dressuur maken. De letter L staat voor licht. Deze klasse wordt onderverdeeld in de L1 en L2. Waar er in de B vooral gekeken wordt naar de juist gereden lijnen en die lijnen ook zeer groot zijn, wordt dat alles in de L wat sneller achter elkaar gevraagd.
Er wordt weer gekeken naar de juiste basisonderdelen, zoals vloeiende overgangen en lengtebuiging, maar in de L worden de overgangen sneller achter elkaar gevraagd en de wendingen moeten scherper gereden worden. Toch heb je in de klasse L1 nog wel wat meer tijd voor een overgang dan in de L2.
Het doorzitten komt vanaf nu al vaker voor, dus het onafhankelijk zitten wordt meer gevraagd.

We gaan beginnen met de L1 dressuur. Ik zal een aantal punten doornemen van de eerste L1 proef uit het boekje, proef 7.

1) A-F-B Binnenkomen in arbeidsdraf op de linkerhand.
Nadat de jury een teken heeft gegeven dat de combinatie mag starten, begint de ruiter op de hand die aangegeven staat in het proevenboekje en dan bij A op de hoefslag. De jury kijkt op dit punt naar het totaalbeeld van de ruiter met het paard. Aandachtspunten hierbij: mooi ontspannen en rechte houding van de ruiter/amazone. Het netjes aan de hand en in balans lopen van het paard. Recht op de hoefslag rijden. Dus alle tussenstukken in de proef, waar geen opdracht gegeven wordt, wel netjes blijven rijden, dit telt mee voor de totale indruk van je proef!

2) 16) van de ene naar de andere letter wenden. Waar de jury nu vooral op let is de voorbereiding naar de juiste stelling en bui-ging van het paard en het netjes voor het been gereden zijn van de wending. De ruiter zit recht op het paard en kijkt mee in de richting waar hij of zij heenrijdt, zodat de balans klopt.

Tip: oefen thuis eens om bij verschillende letters wendingen te rij-den. Het gaat je verrassen hoe lastig het is om dit netjes uit te voe-ren en hoe leuk het is als je merkt dat het steeds makkelijker gaat.

3) 5) gebroken lijn. De jury wil in deze oefening zien hoe jij je paard van de ene naar de andere lengtebuiging om kan zetten, terwijl je het paard daartussen mooi rechtuit kunt rijden. Belangrijk om te onthouden: rijd diep genoeg met de juiste lengtebuiging de hoeken in, zodat je tijd genoeg over hebt voor de eerste mooie wending. Begin op tijd voor te bereiden voor de
wending op X en zo ook voor de laatste wending. Bereid de oefening dus goed voor, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

4) K-X-H van hand veranderen en enkele passen middendraf. De jury zal letten op het netjes recht rijden van de lijn, de inzet van de lijn, de verruiming en het terugrijden met een nette ophouding, waarbij de aanleuning van het paard een belangrijk punt blijft. Ook is natuurlijk de houding en zit van de ruiter belangrijk. Oefen in je training hoeken en diagonalen en probeer zowel op diagonalen als op de hoefslag veel te schakelen. Dan blijft het paard in evenwicht en wordt het sterker in het achterbeen. Daardoor zal het paard minder ‘op de voorhand’ willen gaan en wordt het verruimen mooier.

6) Tussen H-C-M overgang arbeidsstap. De jury zal letten op de vloeiende overgang naar de stap en de hulpgeving hiervan. Weinig mensen oefenen dit thuis, terwijl het een goede oefening is voor de gehoorzaamheid en dat je het paard leert reageren op een ophouding. Deze maak je door de hand iets te sluiten en je zwaarder te maken in het zadel. Als je dit vaker rijdt, vindt je paard het vanzelfsprekend en zijn jullie op elkaar ingespeeld. Dit zal je verder helpen naar de hogere klassen.

7) M-E van hand veranderen in middenstap. De middenstap is een ruimere stap dan de arbeidsstap en de lengte in de hals en bovenlijn van het paard mag/moet dus ook langer zijn dan in de arbeidsstap. De jury zal kijken naar de takt van de stap en het overstappen. Ook zal de jury letten op het ontspannen losgelaten paard met veel ruggebruik. De hand van de ruiter moet vriendelijk meedeinen met de beweging van de mond en de hals moet op lengte met de neus voor. Het is makkelijk te oefenen en dus makkelijk punten verdienen!

8) tussen E-K overgang arbeidsdraf doorzitten. De jury zal letten of je je paard goed voor het been en fijn in de aanleuning hebt, en dat je met een ontspannen paard naar een andere gang kunt rijden. Tip: probeer de nageeflijkheid niet te verkrijgen tijdens de overgang, maar ervoor. Zo blijft het paard vlot op het been reageren zonder dat het tegen de hand loopt.

9) 12) A afwenden en minimaal 5 meter wijken voor het linker (rechter)been daarna
rechtuit en lichtrijden. Onder wijken voor het been verstaan we dat het paard opzij gaat voor het been van de ruiter. Daarin is het zeer belangrijk dat de ruiter/amazone het paard in balans laat gaan. De jury zal ernaar kijken of je netjes door de wending rijdt (zie punt 2). Dan zal de jury willen zien dat je het paard parallel kunt houden met de juiste stelling. Het paard moet gehoor-zaam reageren op het been van waarvandaan er geweken wordt. De voorhand mag hierbij een ietsje vooruit gaan, maar de achterhand zeer zeker niet. De meest gemaakte fout in het wijken is wel het blokkeren van de ruiterhand. Dit gebeurt vaak doordat de ruiter/amazone het paard nog niet voldoende kan laten reageren op het been, waardoor het paard zijn gewicht meer voorovergooit en weg wil lopen. De ruiter/amazone zal dat dan willen tegenhouden, waardoor het meer een ‘duw en trekwerk’ zal worden. Los dit op door het steeds weer opnieuw inzetten van het wijken voor het been. Zet het paard weer recht en maak het nageeflijk als het zijn balans verliest en zet daarna opnieuw in. Het paard gaat zich dan beter concentreren op het been. Tijdens het wijken voor het been wordt doorzitten gevraagd. Dit om een mooie gelijke verdeling en een goede balans van de ruiter voor het paard te verkrijgen. Daarvoor is het heel belangrijk dat het doorzitten goed geoefend is.

10) C-X-C Grote volte, na enkele drafpassen het paard de hals laten strekken, tussen C-H-E teugels op maat maken. Dit keer zal de jury erop letten of het paard gehoorzaam onder de ruiter blijft draven en de hand voorwaarts neerwaarts volgt tot op ongeveer kniehoogte. Er zal gelet worden of de volte rond is en de takt behouden blijft. Ik vind het halsstrekken in de training van een beginnende ruiter, maar ook voor een jong paard een fijne oefening. Je oefent gehoorzaamheid, vertrouwen en balans. Laat het paard steeds duidelijk weten wat je bedoelt en het zal fijn nageeflijk je hand volgen.

13) 17) Tussen C-M Arbeidsgalop rechts (links) aanspringen. De jury zal erop letten dat het paard niet te veel versnelt tijdens de overgang. Het paard zal nageeflijk moeten blijven en vanaf het aangalopperen direct een mooie drietakt moeten hebben. Tip: als je paard moeilijkheden heeft met het aangalopperen, maak dan vaak overgangen stap, draf en draf, stap, en zorg dat de nageeflijkheid goed blijft. Als het paard leert gemakkelijk te reageren op het been en nageeflijk is, zal het ook gemakkelijker aangalopperen.

15) 19) De overgang naar draf. Wat de jury wil zien is dat het paard zichzelf gedragen houdt tijdens de overgang en dat de ophoudingen netjes gegeven worden. Tip: als je moeite hebt om het paard terug te laten komen zonder dat het paard zijn gewicht op ‘de voorhand’gooit, maak een wat kleinere volte in de galop voor de overgang en zorg dat je het paard in de goede lengtebuiging rijdt. Dan maak je de volte nog iets kleiner en maak je een overgang. Zo maak je het voor het paard wat makkelijker om met zijn achterbenen last op te blijven nemen.
Nu hebben we alleen nog het halthouden op de middenlijn over. Ik adviseer mijn lesklanten thuis in de training naar een punt te kijken en daar een aantal keer naartoe te rijden. Houd je paard gehoorzaam voor je been en begeleid hem naar de hand. Geef een rustige ophouding naar de stap en daarna naar het halthouden. Als de balans in orde is zal het paard ook netjes gaan staan.

Heel veel succes met oefenen. In de volgende aflevering gaan we door met de L2.

Gerelateerde berichten: